Beleidsproduct 8.3 Wonen en bouwen
Baten vergunningen (leges)
Voor 2026 verwachten we voor grote projecten met een bouwsom van meer dan € 1 miljoen in totaal € 2.904.770 aan legesopbrengsten. Twee vergunningaanvragen waarvan we de opbrengsten voor 2026 hadden geraamd, zijn al in 2025 ingediend. Daarom verwerken we deze legesopbrengsten in de jaarrekening 2025. Hierdoor verlagen we de geraamde legesopbrengst voor 2026 met € 1,339 miljoen.
Daarnaast kunnen projecten later worden aangevraagd dan we nu verwachten. In dat geval verschuiven de geraamde opbrengsten van 2026 naar 2027. Het omgekeerde kan ook gebeuren: vergunningaanvragen die we nu voor 2027 verwachten, kunnen al in 2026 worden ingediend.
In de tweede halfjaarrapportage van 2026 geven we een update van de ramingen en eventuele wijzigingen.
Inhuur kennis vergunningsaanvragen bouwprojecten
Ten behoeve van de vergunningsaanvragen die verband houden met grote woningbouwontwikkelingen is extra inhuur van senioriteit noodzakelijk. De flexibele schil is voor 2026 niet toereikend, daar we in 2026 veel grote bouwprojecten in ontwikkeling hebben waar senior casemanagers een noodzakelijke rol hebben ter voorbereiding op de definitieve vergunningsaanvraag.
Om ook in Q3 en Q4 voldoende capaciteit te hebben om hierop te participeren, zijn de extra gelden noodzakelijk. Indien geen uitbreiding van de flexibele schil wordt toegekend, zal dit direct invloed hebben op de vergunningstrajecten en kunnen wij niet aan de wettelijke taak voldoen.
Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE)
Gemeenten en provincies hebben zich gecommitteerd aan het Klimaatakkoord, waaruit een aantal taken voortvloeien voor de decentrale overheden. Hiervoor stelt het Rijk sinds 2023 uitvoeringsmiddelen beschikbaar met als doel om gemeenten en provincies de ruimte te geven om een organisatie op te bouwen om de taken te kunnen uitvoeren gericht op klimaat- en energiebeleid (eigen medewerkers, externe inhuur en onderzoek). In de jaren 2023 t/m 2025 zijn de uitvoeringsmiddelen uitgekeerd als specifieke uitkering (SPUK) via de regeling ‘capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid’ (CDOKE-regeling). Vanaf 2026 t/m 2030 worden deze middelen uitgekeerd via het Gemeentefonds. In 2026 ontvangt Rijswijk bijna € 2.0 mln aan CDOKE middelen via het gemeentefonds.
Voor de formatie energie en klimaatbeleid (het eigenlijke doel van CDOKE) is er in 2026 circa € 1,4 miljoen benodigd. Doordat we enkele jaren een onderbesteding hebben gekend en we enkele (incidentele) extra uitkeringen en indexeringen van het Rijk ontvingen, resteren er ook nog SPUK middelen van 2025. Deze moeten allereerst worden opgemaakt om te voorkomen dat deze middelen moeten worden terugbetaald aan het Rijk. Deze resterende middelen mogen in overeenstemming met de voorwaarden van de SPUK nog besteed worden t/m 2027. De formatie wordt daarom in 2026 ook nog deels vanuit deze resterende SPUK-middelen betaald. Het benodigd budget voor de formatie is met het opstellen van de begroting 2026 al verwerkt in de raming. Wel moeten de baten van de SPUK voor EUR 988k worden verschoven naar de algemene uitkering. Per saldo is dit een neutrale begrotingswijziging.
In het kader van het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving in Rijswijk wordt er in 2026 gestart met de ontwikkeling van de uitvoeringsplannen. In deze fase zal het contact, de participatie en communicatie met inwoners en ondernemers geïntensiveerd worden. Voor het organiseren van die contacten is er een aanvullende parttime ondersteunde functie nodig. De structurele lasten bedragen € 65.000 p/j.
Ten slotte zal € 845.000 worden ingezet als dekking van de kapitaallasten die voortvloeien uit het investeringskrediet t.b.v. de financiering onrendabele top warmtenet Rijswijk-West (Stervoorde-Hoekpolder) onderdeel van het eerder dit jaar genomen raadsbesluit RV 26 001. De financiële consequenties van dit raadsbesluit zijn verwerkt in het hoofdstuk Verwerking raadsbesluiten van deze halfjaarrapportage.
Deze wijziging komt voort uit de septembercirculaire 2025.
Wet versterking regie volkshuisvesting
Ter uitvoering van de Wet versterking regie volkshuisvesting zullen meerdere acties uitgevoerd worden, waaronder: opstellen van het Volkshuisvestingsprogramma, uitvoering geven aan het urgentieproces voor aandachtsgroepen, opstellen van het regionale Woonzorgvisie (met verdeelafspraken). Claim van deze gelden dient ter dekking van deze incidentele acties. Deze wijziging komt voort uit de decembercirculaire 2025.
Inschatting Realisatiestimulans
Het rijk stelt via de SISA-regeling Realisatiestimulans een vast bedrag per woning beschikbaar voor het bouwen van betaalbare woningen, mits hiervoor geen andere financiële steun via andere SISA-regelingen wordt ontvangen voor de opgegeven woningen. Op basis van de verwachte woningbouw en de daarvoor beschikbaar gestelde SISA-regelingen, is een inschatting gemaakt voor de bijdrage die de gemeente hiervoor kan ontvangen.
Meerjaren Prognose Gebiedsontwikkeling
Op 8 april 2026 is de RIB 26-041 Meerjaren Prognose Gebiedsontwikkeling (MPG) 2026 met de gemeenteraad gedeeld. Zoals daarin aangegveen, worden de financiële consequenties verwerkt in de eerste halfjaarrapportage. Hierbij spelen de volgende aandachtspunten:
De MPG is opgesteld op basis van het kasstelsel (zoals gewoonlijk bij vergelijkbare projecten), maar het BBV werkt met het batenlasten-stelsel. De omzetting van de cijfers tussen de stelsels is niet getoond in de MPG, daarom zijn de voorgestelde begrotingswijzigingen niet direct herkenbaar. Vanaf in het volgend MPG wordt deze omzetting wel opgenomen.
In de MPG is opgenomen dat een deel van de kosten worden gedekt uit middelen die via de egalisatiereserve worden gespaard. Op basis van het voorgaand punt wordt de inzet van deze middelen via onttrekkingen uit de egalisatiereserve begroot.
Een deel van de dekking van het MPG komt in eerste instantie beschikbaar in 2026, terwijl de kosten pas daarna worden gemaakt. Het voorstel is om de beschikbare dekking als extra dotatie aan de egalisatiereserve op te nemen, zodat deze dekking in de toekomst beschikbaar blijft voor de projecten.
Financiële gevolgen | ||||
|---|---|---|---|---|
Beleidsproduct | 8.3 Wonen en bouwen | |||
Bedragen x € 1.000 | Inc. | Struc. | ||
+ = voordelig | ||||
- = nadelig | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 |
Baten vergunningen (leges) | -1.339 | - | - | - |
Inhuur kennis vergunningsaanvragen bouwprojecten | -240 | - | - | - |
Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid lasten | -922 | - | - | - |
Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid baten | -988 | - | - | - |
Wet versterking regie volkshuisvesting | -66 | -66 | - | - |
Inschatting Realisatiestimulans | 4.500 | 4.500 | 7.500 | 2.500 |
Meerjaren Prognose Gebiedsontwikkeling lasten | 4.397 | 11.615 | 10.307 | 10.861 |
Meerjaren Prognose Gebiedsontwikkeling baten | -4.397 | -11.615 | -10.411 | -11.499 |
Meerjaren Prognose Gebiedsontwikkeling egalisatiereserve dotatie | -400 | -400 | -400 | -400 |
Meerjaren Prognose Gebiedsontwikkeling egalisatiereserve onttrekking | - | - | 104 | 638 |
Totaal beleidsproduct | 545 | 4.034 | 7.100 | 2.100 |